zelf aan de slag

Morele oordeelsvorming

In het werk van sociaal professionals ontstaan situaties waarin je niet twijfelt omdat je het niet weet,
maar omdat waarden met elkaar botsen.
Wat recht doet aan de één, vraagt iets van de ander.

Morele oordeelsvorming is een zorgvuldige methode om een moreel dilemma af te pellen om stap voor stap zichtbaar te maken:

  • welke handelingsrichtingen er zijn

  • welke waarden onder spanning staan

  • wie door de keuze geraakt worden

  • welke feiten, aannames, rechten en plichten meespelen

  • en wat daarin werkelijk zwaar weegt

Het doel is te komen tot een verantwoord en draagbaar moreel oordeel,
niet tot een sluitende oplossing.

Samen denken en zelfstandig ordenen

Morele oordeelsvorming wordt vaak toegepast in dialoog, zoals in intervisie, moreel beraad of collegiaal overleg.
Samen denken helpt om perspectieven te verbreden en aannames te toetsen.

Tegelijk zijn er momenten waarop overleg niet direct beschikbaar is.

Voor die situaties is deze individuele werkvorm bedoeld:
als hulpmiddel om zelfstandig zorgvuldig te denken,
bijvoorbeeld ter voorbereiding op overleg of besluitvorming.

Wanneer deze methode wél geschikt is

Deze werkvorm is bedoeld voor situaties waarin:

  • sprake is van een moreel dilemma

  • waarden (zoals autonomie en verbinding) met elkaar botsen

  • een besluit morele gevolgen heeft

  • professionele verantwoordelijkheid zorgvuldig afgewogen moet worden

Wanneer deze methode níet gebruikt kan worden

Deze werkvorm is niet bedoeld voor situaties waarin:

  • direct handelen noodzakelijk is

  • wettelijk of organisatorisch vastgelegde procedures gevolgd moeten worden

  • gespecialiseerde beoordeling of directe afstemming vereist is

In die gevallen is collegiaal overleg, supervisie, leidinggevende afstemming of het volgen van bestaande kaders noodzakelijk.

Verantwoord gebruik

Deze methode biedt ondersteuning bij het denken, maar neemt geen beslissingen en draagt geen verantwoordelijkheid.

De gebruiker blijft altijd zelf verantwoordelijk voor:

  • professioneel handelen

  • het tijdig inschakelen van overleg of ondersteuning

  • het volgen van geldende wet- en regelgeving en beroepsnormen

De methode is een hulpmiddel, geen toetsingskader en geen vervanging van professioneel oordeel.

Individuele morele oordeelsvorming – stap voor stap

Werkvorm voor sociaal professionals (voor morele dilemma’s, niet voor situaties die direct handelen of specialistische afstemming vereisen).

Gebruik
Doorloop de stappen in volgorde. Schrijf kort en concreet. Als je merkt dat deze casus niet geschikt is voor zelfstandig uitwerken: stop en stem af met collega/supervisor/leidinggevende en volg geldende kaders.


Stap 1 — Formuleer het dilemma als twee ja’s

Doel
Een echte morele keuze zichtbaar maken (geen ja/nee, geen schijnkeuze).

Wat je doet
Schrijf twee handelingsrichtingen die allebei moreel verdedigbaar zijn en iets waardevols beschermen.

Vorm

  • JA A: Ja

  • JA B: Ja 

Let op
Als één optie vanzelf “de goede” lijkt, herschrijf. Beide ja’s moeten moreel serieus zijn.


Stap 2 — Breng de betrokkenen in beeld

Doel
Zien wie er geraakt wordt, direct en indirect.

Wat je doet
Noteer alle betrokkenen/rollen die gevolgen kunnen ervaren van JA A of JA B.

Let op
Geen beoordeling of verhaal. Alleen: wie/ welke rol.


Stap 3 — Benoem jouw rol en mandaat

Doel
Helder krijgen wat jij hier te doen hebt, en wat niet van jou is.

Wat je doet
Schrijf op:

  • jouw rol (beslisser / adviseur / uitvoerder / signalerend)

  • wat binnen jouw mandaat valt

  • wat je moet afstemmen (met wie)

Let op
Zonder mandaat kun je wél moreel ordenen, maar niet solistisch besluiten als afstemming vereist is.


Stap 4 — Noteer alle argumenten voor en tegen beide opties

Doel
Niets voortijdig wegfilteren.

Wat je doet
Schrijf in steekwoorden alles op dat je meeneemt in de afweging:

  • feiten, indrukken, verwachtingen

  • professionele normen, regels/beleid

  • zorgen, twijfels, morele intuïties

Let op
Nog niet ordenen of kiezen. Alleen zichtbaar maken.


Stap 5 — Label: feit / aanname / waarde / recht of plicht

Doel
Onderscheid maken tussen verschillende soorten “gronden” onder je oordeel.

Wat je doet
Zet bij elk punt uit stap 4 één letter:

  • F = feit (controleerbaar)

  • A = aanname/verwachting/interpretatie

  • W = waarde (wat staat hier moreel op het spel?)

  • R = recht/plicht (wet, beroepsnorm, professionele norm, contract, protocol)

Let op
Als je vooral F noteert, kijk of er ook A of W meespeelt. Dat is meestal zo.


Stap 6 — Orden per JA: wat draagt JA A en JA B?

Doel
Zien waarop elke optie rust.

Wat je doet
Zet onder JA A de relevante F/A/W/R.
Zet onder JA B de relevante F/A/W/R.

Let op
Houd het kort. Eén punt per regel.


Stap 7 — Weeg: wat weegt zwaar, en waarom?

Doel
Tot een verantwoord moreel oordeel komen.

Wat je doet
Beantwoord schriftelijk (kort) deze vragen:

  • Welke R-punten zijn hier doorslaggevend, en waarom?

  • Welke W-punten botsen, en wat kost elk ja?

  • Welke A-punten zijn onzeker en vragen toetsing/overleg?

  • Welk ja is het best te verantwoorden vanuit jouw rol?

Let op
Wegen is niet tellen. Het is uitleggen waarom iets zwaarder weegt.


Stap 8 — Formuleer een voorlopig moreel oordeel

Doel
Richting bepalen zonder te doen alsof het “af” is.

Wat je doet
Schrijf:

  • Voorlopige richting: JA A / JA B

  • Kernreden (1–2 zinnen):

  • Wat dit beschermt (1 zin):

  • Wat dit kost (1 zin):

Let op
Als je dit niet kunt verwoorden zonder jezelf krom te praten: terug naar stap 7.


Stap 9 — Bepaal de eerstvolgende stap en met wie je afstemt

Doel
Van oordeel naar professioneel handelen, met juiste afstemming.

Wat je doet
Schrijf:

  • Eerstvolgende stap (klein en concreet):

  • Afstemming nodig met: collega / supervisor / leidinggevende / ketenpartner

  • Wat ik wil toetsen of delen:

Let op
Deze werkvorm vervangt geen afstemming wanneer die nodig is. Jij blijft verantwoordelijk om die te organiseren.


Tot slot

Deze methode ondersteunt je om zorgvuldig te denken.
De verantwoordelijkheid voor professioneel handelen, afstemming en het volgen van geldende kaders blijft altijd bij de gebruiker.